Tijdens een groot onderhoud van de centrale Doel 3 in 2012 werden bij een inspectie met een nieuwe ultrasone meettechniek onzuiverheden vastgesteld in de wanden van de reactorkuip. Later vond men ook in de kuip van Tihange 2 gelijkaardige onzuiverheden. Electrabel besliste toen zelf, als professioneel en verantwoord uitbater, om de centrales te stoppen en de tijd te nemen om de situatie grondig te analyseren.

Na onderzoek bleek het om waterstofinsluitsels te gaan, een gekend fenomeen in de metallurgie. Deze insluitsels worden in de media vaak onterecht ‘scheurtjes’ genoemd.

Na jarenlange tests, analyses en studies zijn internationale wetenschappers en de bevoegde controle-instanties het erover eens dat de waterstofinsluitsels al aanwezig waren van bij het begin. Ze zijn ontstaan bij het smeden van de reactorvaten en evolueren niet. Bovendien hebben ze onder geen enkele omstandigheid een invloed op de reactorkuipen. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle gaf dan ook goedkeuring om in 2015 de centrales terug op te starten. Bijkomende maatregelen en opvolginspecties worden preventief uitgevoerd om de staat van de kuipen permanent op te volgen en te controleren. Dit alles in totale transparantie en onder controle van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. De reeds uitgevoerde opvolginspecties bevestigen dat de waterstofinsluitsels niet evolueren én dat de reactorkuipen dus veilig zijn voor verdere uitbating.

De ontdekking van waterstofinsluitsels, een reconstructie

Tijdens een groot onderhoud van Doel 3 in 2012 werd aan de hand van een ultrasoon meettoestel een inspectie van de reactorkuip uitgevoerd. Dit soort inspecties gebeurde al in het verleden, maar in 2012 besloot Electrabel om de volledige reactorkuip te inspecteren, los van de wettelijk verplichte controles op delen van de kuip, naar aanleiding van een fenomeen dat in een Franse centrale opdook.

 

Een fenomeen als dat van de Franse centrale constateerde men niet in de reactorkuip van Doel 3, maar er werden wel bepaalde onzuiverheden gevonden, en later ook in de centrale Tihange 2. Na grondig onderzoek bleek het om waterstofinsluitsels te gaan, een gekend fenomeen in de metallurgie. Deze insluitsels worden in de media vaak onterecht ‘scheurtjes’ genoemd.

Hoe ontstaan waterstofinsluitsels?

Waterstofinsluitsels ontstaan wanneer bij het gieten en smeden van het staal bepaalde gassen, zoals bijvoorbeeld waterstof, in het staal terechtkomen. Door een correct smeedproces worden de meeste van deze gassen eruit gesmeed. 40 jaar geleden werd – bij het smeden van de reactorkuip van Doel 3 en Tihange 2 - niet alle waterstof uit het staal verwijderd, waardoor waterstofbelletjes ontstonden. Deze werden nadien platgewalst bij het maken van het reactorvat. Zo ontstonden dus kleine, platgedrukte vlokken in de 20 centimeter dikke stalen wand van het vat. Ze zijn gemiddeld 12 tot 16 mm lang en hun dikte is vergelijkbaar met die van een sigarettenblaadje. Ze evolueren niet in de tijd en lopen parallel met de binnenwand van de kuip. Daardoor zijn ze dus beperkt onderhevig aan mechanische spanningen in de reactorkuip. Materiaalproeven hebben aangetoond dat deze waterstofinsluitsels in geen geval en onder geen enkele omstandigheid de integriteit van de reactorkuip beïnvloeden.

Ongeziene samenwerking

Deze conclusie is gestoeld op nauwkeurig onderbouwd onderzoek, uniek in de wereld, uitgevoerd door een multidisciplinair team met experts van Electrabel, Laborelec en Tractebel Engineering. Tijdens de hele onderzoeksfase heeft dit team samengewerkt met verschillende externe gerenommeerde, onafhankelijke organisaties in binnen- en buitenland zoals het SCK•CEN (België), CEA (Frankrijk), UGent, CRM (België), Tohoku University (Japan), VTT (Finland), Oak Ridge National Laboratory en Sandia National Laboratory (USA), etc. Het resultaat van de inzet van deze tientallen experten, de 10 000’en uren onderzoek en de meer dan 1500 materiaaltests, is een huzarenstuk zonder precedent.

Groen licht voor heropstart

Op 17 november 2015 gaf het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) groen licht voor de heropstart van de reactoren van Doel 3 en Tihange 2. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) concludeerde onder meer dat de uitgevoerde ultrasone inspectiemethode zeer betrouwbaar is, dat de insluitsels ontstaan zijn tijdens het smeden van de reactorkuip, dat de insluitsels niet evolueren in de tijd en dat de sterkte van de reactorkuip gewaarborgd blijft onder alle omstandigheden, zowel wanneer de centrale in werking is als bij een incident, en dit met ruime veiligheidsmarges. Niettemin eiste het FANC dat Electrabel op regelmatige tijdstippen nieuwe inspecties van deze reactorvaten zou uitvoeren, zodat telkens weer gestaafd kan worden dat de insluitsels inderdaad niet evolutief zijn.

Blijvende inspecties

Concreet diende de eerste opvolginspectie te gebeuren tijdens de eerstvolgende onderhoudsstilstand na de heropstart van de centrales in 2015 én nadien om de 2 onderhoudsperiodes. De voorbije jaren gebeurden deze inspecties steeds correct en werden de resultaten gerapporteerd aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. Na de opvolginspecties in Doel 3 en Tihange 2 publiceerde het FANC op zijn website de belangrijkste conclusies van zijn evaluatie en uitte het geen enkel bezwaar tegen de heropstart van de reactoren voor de volgende splijtstofcycli. De resultaten van de ultrasooninspectie werden geanalyseerd via een methode die de veiligheidsautoriteiten goedkeurden. De analyse toonde aan dat er geen evolutie van de waterstofinsluitsels werd vastgesteld. Er zijn geen nieuwe indicaties en de bestaande indicaties groeien niet.