Nieuwe SF²-gebouwen (Spent Fuel Storage Facility) in Doel en Tihange

Electrabel plant de bouw en uitbating van nieuwe gebouwen waarin versterkte containers met verbruikte splijtstofelementen tijdelijk opgeslagen kunnen worden. Dit is onontbeerlijk om na de definitieve stopzetting van de centrales met de ontmanteling te kunnen starten.

Er is op dit moment in België nog geen finale politieke beslissing genomen over wat er op lange termijn met de verbruikte splijtstofelementen moet gebeuren. Bijgevolg kan de Nationale Instelling voor Radioactieve Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS) de komende decennia nog geen definitieve bergingsfaciliteit ter beschikking stellen. De splijtstofelementen moeten ondertussen daarom op de sites zelf veilig opgeslagen worden.

Momenteel zijn er op de sites van de kerncentrale van Tihange en Doel al gebouwen aanwezig waarin verbruikte splijtstof veilig wordt opgeslagen. De bezetting van de huidige opslagcapaciteit nadert echter de limiet. Als de huidige opslaggebouwen vol zitten, kunnen er geen nieuwe splijtstofelementen meer gestockeerd worden. Als dit het geval is, kan er, na de stopzetting van de kerncentrales, zoals nu in de wet voorzien in 2025, niet gestart worden met de ontmanteling. Dit betekent dus dat er bijkomende veilige tussentijdse opslagmogelijkheden nodig zijn voor de verbruikte splijtstofelementen.

Wat gebeurt met verbruikte splijtstofelementen?

Na 2 à 5 jaar in de reactorkern is een splijtstofelement uitgeput en wordt het definitief uit de reactorkern verwijderd. Deze verbruikte splijtstofelementen bevatten nog veel warmte en geven nog straling af. Om af te koelen worden de elementen gedurende een periode van 5 tot 10 jaar in een waterbekken in een versterkt gebouw van de kerncentrale geplaatst.

Natte en droge stockage

In de kerncentrale van Tihange verhuizen de elementen nadien naar een ander, daarvoor ontworpen gebouw waar ze ook onder water worden opgeslagen. Het gaat hier over “natte opslag”.

natte stokage

In Doel is er reeds eerder gekozen voor de zogenaamde “droge stockage”. Na afkoeling in het eerste waterbekken verhuizen de elementen naar sterke, speciaal daarvoor ontworpen containers, die nadien in een gebouw worden opgeslagen: het zogenaamde splijtstofcontainergebouw. Dit gebouw is al sinds 1995, in alle veiligheid, in gebruik.

Electrabel heeft met beide opslagmogelijkheden (droge opslag in Doel en natte opslag in Tihange) positieve ervaringen. Internationale ervaringsuitwisseling geeft aan dat beide opslagmogelijkheden voldoen aan de nodige nucleaire veiligheidsvereisten. Ook in andere landen worden beide opslagtypes gebruikt, in functie van de lokale noden en behoeften.

Na verscheidene analyses over de bijkomende opslagcapaciteit heeft Electrabel gekozen voor een opslaginstallatie van het droge type. Deze bijkomende opslagcapaciteit van het droge type biedt namelijk meer flexibiliteit. Bij dit type opslag wordt de verbruikte splijtstof opgeslagen in containers met een tweeledig doel. De containers hebben namelijk een vergunning voor zowel (tussentijdse) opslag alsook voor transport (binnen en buiten de site) in het kader van een latere definitieve berging van de splijtstofelementen.

Nucleaire veiligheid is topprioriteit

Nucleaire veiligheid is voor Electrabel dé absolute prioriteit! Om de nucleaire veiligheid te garanderen bij de opslag van de verbruikte splijtstof, zijn er verschillende barrières die de splijtstof moet beschermen tegen externe gebeurtenissen.

De eerste en belangrijkste barrière is de container waarin de verbruikte splijtstofelementen opgeslagen zitten. Deze zijn bestand tegen interne en externe risico’s zoals bijvoorbeeld de val van een vliegtuig, explosies, aardbevingen of brand. Daarnaast zorgt het hoofdgebouw ook voor een bijkomende barrière en radiologische afscherming. Het gebouw is bestand tegen extreme natuurverschijnselen zoals aardbevingen.

Na het doorlopen van de nodige vergunningstrajecten, kan gestart worden met de constructie van de nieuwe gebouwen voor tussentijdse opslag. Op de site van de kerncentrale van Tihange zijn de werken gestart in 2020, met als doel het nieuwe opslaggebouw in de loop van 2023 in gebruik te nemen. Wat de kerncentrale van Doel betreft, start het vergunningsproces in de tweede helft van 2020. Indien beide vergunningen verkregen zijn, enerzijds voor de bouw en anderzijds voor de uitbating van het gebouw, zouden de werken kunnen starten in de loop van 2021, met als doel het nieuwe gebouwen in 2025 in gebruik te nemen.

De gebouwen zijn voorzien op een opslagperiode van 80 jaar. Dit werd besproken met en goedgekeurd door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. Hoelang de containers er effectief zullen staan, hangt af van de beslissing die de Belgische overheid nog dient te maken met betrekking tot het definitieve bergingsconcept voor dit afval in België en de effectieve bouw en indienststelling van die definitieve berging door NIRAS.

Op basis van de huidige inzichten gaan we ervan uit dat na een periode van 80 jaar een andere locatie beschikbaar zal zijn voor de definitieve opslag of berging van de verbruikte splijtstofelementen.

Het gebouw

Het nieuwe tussentijds opslaggebouw krijgt de naam SF2 (Spent Fuel Storage Facility) en ziet er in grote lijnen hetzelfde uit dan het reeds bestaande gebouw op de site van de kerncentrale van Doel. 
 
Het gebouw op de site van de kerncentrale van Doel en Tihange, bestaat uit een behandelingshal en een opslagruimte. De opslagruimte is 90m lang, 36 meter breed en 23 meter hoog. In het ontwerp zijn er 108 posities voorzien wat gelijk is aan 18 rijen met telkens 6 plaatsen. 11 plaatsen blijven vrij om in alle situaties verplaatsingen van containers mogelijk te maken.

De containers hebben een diameter van ongeveer 2,5 meter en zijn 6 meter hoog en wegen leeg ongeveer 100 ton. In één container kunnen er tot 24 splijtstofelementen worden opslagen.

Het gebouw op zich is bestand tegen extreme natuurverschijnselen zoals aardbevingen. Op zich is het niet nodig voor de bescherming van de containers aangezien deze zodanig ontworpen zijn dat ze, op zichzelf, instaan voor de beveiliging van de verbruikte splijtstof. In heel wat kerncentrales, zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, staan de containers op de sites gewoon in open lucht maar in België kiezen we voor een nog sterker veiligheidsconcept.

Hoeveelheden verbruikte splijtstof

90% van het totaal radioactief afval in België is laagradioactief. Hierbij gaat het dan over afval met een korte levensduur zoals handschoenen, werkkledij, maskers, etc. Slechts 1% van het totaal radioactief afval is hoogactief en afkomstig van de splijtstof van de kerncentrales van Doel en Tihange. Dit hoogactief afval bevat 95% van de totale radioactiviteit van het totaal Belgisch radioactief afval.

De jaarlijkse hoeveelheid verbruikte splijtstof geproduceerd in de kerncentrale van Doel en Tihange komt ongeveer overeen 20 ton per reactor per jaar. Voor alle kerncentrales samen betekent dit 5 gram per inwoner van België per jaar of het équivalent van één vingerhoedje.

Het geproduceerde afval is één van de nevenproducten van elektriciteitsvoorziening door kernenergie. Wat dit afval betreft, is het zo dat dit om producten gaat die technisch gezien veilig te behandelen en op een gecontroleerde manier, op lange termijn te bergen zijn.